Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
tss waarachtigheid , opregtheid j
had dit opgemerkt; en de doos was door he
gat van den zak gegleden.
Weinige dagen daarna noodigde de Ministei
al de gasten weder, die bij het zonderlings
voorval met de doos aan zijne tafel waren ge-
weest. De Officier werd een kwartier uurs vooral
bij den Minister geroepen. Deze zeide hem,
dat de doos gebonden was: maar verzocht te-
vens, hem toch de reden op te geven, waarom
hij zoo hardnekkig geweigerd had, zijne zakken
om te keeren. », Uwe Excellentie," zeide de
Officier, „ is een edelaardig man; voor uwe
„ Excellentie wil ik niets verzwijgen. Ik ben
„ arm, ik ben zeer arm, en kan zoo veel niet
„ bijbrengen', dat ik een warm middagmaal met
„ mijne moeder hebben kan; wij behelpen ons
„ dus zoo zuinig, als mogelijk is. Nu kon ik
y, vooraf niet weten, dat ik dien middag bij
„ uwe Excellentie eten zou. Hiervan onbewust,
„had ik, voor dien middag, eene worst ge-
„ kocht, en deze had ik nog in den zak.
Had men nu, bg het uithalen van mijne
„ zakken, die worst gezien, dan zou men mij
„ zeker befpot en uitgelagchen hebben. Die
„ beleediging had ik niet kunnen verdragen. —
„ Nu zegge uwe Excellentie zelf, wat moest
„ ik doen?"
De Minister verhaalde aan tafel, hoe zijne doos
we-