Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
wreedheid. 75
flaart naar alle kanten. „ Kom vader!" zeide
i-REDERiK, „ dat kan ik niet zien!" '
Zijn vader ging met hem heen. — Na een
vrij lang ftilzvvijgen, vroeg frederik: „ is
„het wel goed,, dat men de arme fchepfels
„ martelt?" — „ Zoudt gij het wel goedkeu-
„ ren?" vroeg hem zijn vader weder. Zijn ant-
woord was: „ ik waarlijk niet; ik zou geen
„ dier kunnen martelen. Maar waarom doen
„ dan die menfchen zulks?"
Vader. Zij verbeelden zich niet, dat een
. dier juist veel fmart gevoelt.
Frederik. Zou dan het dier geen fmart
.gevoelen ?
Vader. O gewis, mijn zoon! Hebt gij niet
bemerkt, hoe beklagelijk uw Fidel fchreeuwde,
toen de baldadige willem hem bij het oor
rondflingerde; en hoe treurig hij gedurende een
paar dagen was; hoe hij fomwijlen kermde, en
geheel niet eten wilde, toen de groote flagters-
hond hem zoo gebeten had?
Frederik. O ja wel, vader! dat heb ik
wel bemerkt; ik had toen regt medelijden met
.den armen Fidel.
Vader. En toen gij den fpreeuw in het tuin-
huis gevangen hadt, zou die toen ook angst
gevoeld hebben?
Frederik. Dat gelcof ik vast; want zijn
hart