Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
alsmede tegenoveitst. karakters.
y, wat zou ik te loopen en te draven bobben,
„ als ik voor alle lieden den weg op moest!
,, gij moet zien, hoe gi.ï het üelt." Uit hoofde
van die flechte denkwijze, was het geen won-
der, dat AALDERs eindelijk geen* vriend meer
had. — Niemand vroeg hem: ^ hoe vaart gij?
„goede vriend 1" of: „Buurman! hoe ftaat
„ het leven ? " — Niemand bezocht hem, en nie-
mand verzocht hem bij zich. Caas aaldeus
leefde in een ftadje, waar al de inwoners ver-
trouwelijk en vriendfchappelijk jegens elkander
waren, zoo eenzaam, als of al de inwoners
uitgeftorven waren.
Intusfchen had baas aalders van zijne onge-
dienstigheid, kort na zijns broeders dood, groo-
telijks berouw^
In zijn huis ontftond, zonder dat men wist
hoe, plotfding brand. De wind blies het vuur
2.1 heviger aan, en het huis brandde, binnen
we'inige minuten, tot op den grond toe af.
Er kwamen van alle kanten lieden toeloopen,
die zijne goederen hielpen redden, voor zoo
veel zij gered konden worden; maar er waren
€ok lieden, die riepen: „ laat zijn goed ver-
„ branden; de kerel verdient niet, dat gij hem
„helpt!" — Baas aalders hoorde dat wel,
maar hij durfde geen woord daarop antwoorder^
Waar moest hij intusfchen met zijne kinderen
E 2 blij-