Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
goedheid, enz. jjf
„ helaas! zoo veel niet te misfen." — „ O
„ Moeder! "■ zeide lotje ^ „ neem mijn
„ geld! " — „ en het itiijhe! " riep krisje , —
„ en het onze óok," riepen jan en willem.
Allen zochten zij hun beursje, en gaven wat
zij hadden, zes fchellingen, en vier fchellin--
gen, en diie, en twee fchellingen, en eenige
ftuivers. — „ Goede kinderen!" zeide de moe-
der, op een* weemoedigen toon, „ dat is
„ niet toereikende! — Maar wanneer gij wilt,
„ dan kunt gij de arme lieden voorthelpen." —
„ Hoe dan?" riepen de kinderen, „ zeg ons toch,
„ moeder! hoe kunnen wij zulks doen?" —
„ Wanneer gij heden uw pleiziertogtje uitftelt; "
antwoordde de moeder. „ Ziè, ik heb federt
V, langen tijd iets befpaard en weggelegd, ten
„ einde ik u heden dat vermaak mogt
„ kunnen aandoen — het bootje moet betaald
, worden, en de lieden ook, ^ij welken wg
y, onzen intrek zouden nemen en eten. Nu langt
„ het van u af, of wij ons pleizierreisje doen,
f y, dan of wij het geld aan die arme menfchen
„ zullen geven. Wanneer gij dan nog uwe
„ fpaarpenningen daarbij dóet, • zal het voor
,, een rijtuig genoeg zijn, en zal er misfchien
„ nog iets tot verkwikking, voor den ouden
„ man en de ■ hongerige . kinderen, overblij*
« ven."
Ca De