Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
56 WELDA DIGHEIB,
man een arme Tchoenmaker geweest was, die,
voor haar en" hare kinderen, en voor haren
ouden vader, den kost gewonnen had. Nu
was hij intusfchen geftorven, nadat hij lang
ziek gelegen had, en haar geheele kleine ver-
mogen met zijne krankheid was opgeteerd.
Thans wilde zij naar eene moei reizen, en
zien, of zij bij haar onder dak kon geraken,
^ Ach, God! " voegde, zij daarbij, „ wij kun-
„ nen naauwelijks een' voet meer verzetten;
„ en als onze moei ons niet kan opnemen,
j, weet ik niet wat ik zal aanvangen."
Vroüw EiKVELD en hare kinderen waren zeer
bewogen bij het verhaal der arme fchoenmakers-
vrouw. Zij gingen in huis, om wat linnen
voor den ouden man, en, zoo mogelijk, ook
een paar fchoenen voor hem op te zoeken, en
eten voor hen allen aan te brengen.
„Moeder!" zeide lotje, op een' fmee-
kenden toon, „ kunt gij voor die arme lieden
„ geen' wagen huren, en hen naar de moei
„ doen brengen? zie, zij kutoen immers nu
„ reeds niet meer voort, hoe zal het dan
„ gaan, als zij nog dien verren weg moeten
5, afloopen. En als gij haar dan ook nog eens
„ wat geld gaaft?" — „ Denkt gij niet, dat
„ik zulks gaarne doen zou," antwoordde de
Moeder, „als ik geld had? Maar ik heb,
» he-