Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
lO
DERDE AFDEELING.
VRAGEN , OPGAVEN , EN VERDÊELINGEN.
Fragen.
I.

welke dingen fniidt men?
2. Geef eens op, wat men al van eene koe
gebruiken kan, en zeg eens, waartoe men het
kan gebruiken.
3. Welke fchepfelen kunnen leeren fpreken?
4. Voor de ftem, en het gefchrei, van elk
dier heeft men meestal een bijzonder v/oord,
eene eigenaardige uitdrukking. Noem hiervan
eens op, zoo velen gij er weet. Van het paard
zegt men, dat het hinnikt; van de tortelduif,
dat zq kirt — nu verder, hoe noemt gi,) de
ftem van het zwqn, het hoen, den haan, den
nachtegaal, den hond, de kat, den wolf, den
leeuw, enz. ?
5» Zeg eens, wat men al noodig heeft, om
een