Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
\V A A R , O F O N W A A R. J
den zoo fchoon, dat zij zich van danfen niet
konden onthouden.
13. Een reiziger kwam in een verafgelegen
land, waar het zoo heet was, dat zijn degen
in de fcheede verfmolt.
14. Een bekwaam kunftenaar had zich een'
vogel van digt goud gemaakt, zoo natuurlijk,
dat die vogel leefde en wegvloog.
15. Een ondeugend mensch leide eens vuur
aan op een' grooten vijver, en verbrandde al
visfchen, die daarin waren.
16. In een' eenigen nacht bad iemand zich
eens een zeer groot huis gebouwd, en al het
noodige huisraad daarvoor vervaardigd; offchoon
daartoe vooraf niets in gereedheid was gebragt.
17. Zeker iemand tiof op zijne reizen een
land aan, waar de edele gefteenten, het goud
en zilver, de koeijen, paarden en fchapen, aan
de boomen groeiden.
18. In zekeren nacht waaide er een hevige
wind, die veel fchade aan huizen en torens
aanrigtte. Het ergfte was iritusfchen, dat hy
een' grooten berg voor eene flad geheel omver-
geworpen had, om welken weder op te rigten
er veel moeite werd vereischt.
19. Bij gelegenheid van een' zwaren hongers-
nood namen de menfchen fteenen, maalden die,
en bakten er lekker en gezond brood van.
A 4 20^