Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
a4o verklaring van woorden.
„ gaan wandelen, zegt. gij: „ ha, dat is goed!
„ gq betuigt, dat iets goed fmaakt; ook zegt gij:
„ „ heden is het goed weder." Gg verftaat
„ daaronder, wat u aangenaam is."
„ Maar gij zegt ook: „ die pen is goed, dat
„ „ mes, enz." Zoodra gij het in diervoege ge-
„ bruiken kunt, als het gebruikt moet worden.
„ De pen is goed, als zij wel fchrijft, het
„ mes, als het fcherp van fnede is. Die din-
„ gen zijn derhalve voor u bruikbaar. Men
„ zegt: „ een goed geneesmiddel, een goede wa-
„ „gen, goed papier, enz.""
„ Gij zegt tegen uwe moeder, als gij haar om
„ iets verzoekt: „ Moeder! wees zoo goed!"
y, fomwijlen zegt gij ook : „ wees zoo goeder-
„ tieren," en dat is juist een en hetzelfde. — Ie-
„ mand, die jegens anderen zztT goedertieren, of
„ goedhartig is, noemt men een goed mensch."
„ Gij hwAtlt. goed, als gij altijd doet, wat uw
„ pligt van u vordert; als gij vlijtig, opmerk-
„ zaam, gehoorzaam, verdraagzaam enz. zijt.
„ Dan zeg ik: „ gij zijt een goede jongen! "
„ Goed is derhalve hetgene met onzen pligt ftrookt,
„ en door onze betrekkingen van ons gevorderd
wordt."
* Einde van het Eerfte Deel.