Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
174 VERKLARING VAN WOORDEN."
Karel. Neen!
Vader. Waarom niet?
Karel. Ik zou mij daarin niet kunnen zien.
Vader. Wat zou liet dan wezen?
Karel. Een ftuk glas.
Vader, Regt zoo! het zou nog fpiegelglas
wezen, maar geen fpiegel; het zou de vori-
ge natuur niet meer 'hebben. — Als deze kast
eens geheel uiteen geflagen ware, en al de
planken, waaruit dezelve gemaakt is, door el-
kanderen lagen, en iemand u eens vroeg: „ wat
„ is dat?" wat zoudt gij dan zeggen?
Karel. Ik zou zeggen: „ het is eene kast
„ geweest."
Vader. Zoudt gg niet zeggen: „ het is eene
„ kast?"
Karel. Neen, dat zou het immers niet wezen.
Vader. Maar als er eens eene lade uitgeno-
men was, of een plank, zou het dan nog eene
kast zqn?
Karel. Ja, vader! dewijl die ééne lade of
plank niet zoo noodwendig tot de kast behoort.
Nu zeide de Heer ernst nog, dat het woord
wezen dikwijls, maar niet altijd, evenveel beduid-
de, als het woord natuur, en wezenlijk zoo veel was
als hetgeen noodwendig tot eene zaak behoort.
Vrij. — „ De mensch kan vrij handelen,"
zeide de Heer ernst eens, bij zekere gelegen-
heid.