Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
VERKLARING VAN WOORDEN. lóp
bedenkt gij dan ook eerst, dat het u ongenoe-
gen veroorzaakt?
Karel. Neen, dat gevoel ik terftond.
Vader. Zoudt gij hier het ongenoegen ook
terftond gevoelen?
Karel. Neen, eerst naderhand.
Vader. Kunt gij mij nu wel zeggen, wat
fchadelijk is?
Dit kon KAREL waarlijk nog niet zoo aan-
ftonds zeggen. Maar nadat zijn vader hem nog
eenmaal op de hoofdpunten opmerkzaam gemaakt,
en hem nog eenige voorbeelden gegeven had,
zag hij in, dat het hier niet op dat onmiddel-
lijk onaangename gevoel aankwam, maar 'op het
inzigt, dat het hem nadeel veroorzaken zou.
Verfiandf oordeelskracht, be fluiten. — „ Wat
„ is dan toch eigenlijk verfland?" vroeg karel
eenmaal, daar hg hoorde , dat er van een' mensch
gezegd werd, dat hij weinig verftand had. Zgn
vader herinnerde hem, hetgene hg hem van
kennen gezegd had, en dat het vermogen van te
kennen het verftand was. „ Gij kunt," zeide
zijn vader, „ die beide huizen, daar tegen ons
„ over, met elkander vergelijken. Het eene
„ is breeder en hooger dan het andere; het
„ eene heeft een dak van leijen, het andere een
„ dak van pannen ; maar beiden hebben deuren,
„ venfters , kamers, vloeren. Tot derzelver yer-
P 3 „ge-