Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
al8 VBRRLARING VAN WOORDEN.
men zich al, wat daartoe behoort, het eene voor,
het andere na, voor den geest brengt, maar men
kan zich die dingen niet zoo op eenmaal..voor-
ftelJen.
Nu verklaarde karels vader hem ook nog hoe
dit bijkwam. Hij toonde hem, dat dingen van
dien aard nlet^werkelijk alleen voor zich beftaan-
de voor handea waren, maar dat men ze flechts
fteeds aan andere dingen vond. Men verbeeldde
ze zich intusfchen, als of zij, als werkelijk op
zich zelven beftaande dingen, aanwezig waren.
En daartoe moest men noodwendig morden heb-
ben, daar men zich, in tegendeel, èen' hond,
een' vos, en alle werkelijk op zich zelven beftaan-
äe dingen, voorftellen kon, zonder daarbij een
woord noodig te hebben.
Herinnering, geheugen. —
Vader. Hebt gij wel wederom aan die kleine
gefchiedenis gedacht, die uw neef u, in den vo-
rigen winter, verhaalde?
Karel. Neen, ik heb federt lang daaraan
niet gedacht.
Vader. Maar gij weet ze echter nog.
Karel. O ja.
Vader. Van waar weet gij ze dan?
Karel. Ik heb ze onthouden.
Vader. Gij hebt ze onthouden ! wat beduidt dat?
Ka-