Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
l8a vrrklaring van woorQen.
Karel. Neen, daï geloof ik niet, zoodanig
iets kunnen zij vast niet ontwaar worden.
Vader. Kunt gg mg nu niet, met een paai
woorden zeggen, wat de dieren niet ontwaai
worden kunnen?
Karel. {Na eenig bedenken.^ Zg worden
niet ontwaar, of iets fraai is of niet.
Vader. Nu, wat al meer ?
Karel. Of iets goed is of kwaad.
Vader. Regt zoo. Nu ziet gij derhalve, dat
de mensch alleen die gewaarwordingen hebben
kan, en daarom noetnt men ze menfchelijke ge-
waarwordingen. Hoe zoudt gij nu diegenen
noemen, welken de dieren evenzeer kunnen
hebben, als de menfchen ?
Karel. Dierlijke gewaarwordingen; niet waar?
Vader. Regt zoo. Aldus noemt men ze
inderdaad, üe menfchelijke beftaan daarin, dat
men het fchoone in voorkomende dingen, en
het deugdelijke in handelingen en bedrpen,
gevoelen kan. Maar waarin zouden dan de
dierlijke betlaan?
Karel. Dat kan ik niet raden.
Vader. Zal het dier ontwaar worden, of
het koud of warm, of het gezond of ziek,
hongerig of verzadigd is ?
Karel. O ja, dat wordt het wel ont-
waar.
Va-