Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
176 verksLaring van woorden.
en gevoel was, waartoe zou die buiten ftaa
zijn?
Karel. Tot gewaarworden.
Vader. Waarom dit? Zouden de dingen
bij voorbeeld, de bloemen, de klokken, d
fpijs, geen' Indruk op hem kunnen maken ?
Karel. Neen, zeker niet.
Vader. Nu, overleg dan eens, of gij mi
zeggen kunt, wat het woord gewaarworden tocl
wel beteekent.
Na eenige herhalingen van hetgeen de Hee
ernst ra^ds gezegd had, bragt karel er uit
dat gewaarworden daarin beftond, dat men in
drukken van dingen, die buiten ons z^jn, ver
krijgen kon, en dat de zinnen de werktuigei
zijn, waardoor wij die indrukken verkrijgen.
„ Maar dat is toch nog niet alles," zeid
de Heer ernst. „ Er behoort nog iets to
„ het gewaarworden. Gisteren had ik, terwij
„ gij uwe fom berekendet, eene fchoone halvi
„ abrikoos voor u op de tafel gelegd. Die wen
„ door u, in gedachten, in den mond geftokei
„ en opgegeten. Naderhand wist gij niet, ho(
„ zij had gefmaakt. Zijt gij dan den fmaak diei
„ halve abrikoos wel gewaar geworden?"
Kare«. Dat geloof ik niet, vader!
Vader. Ik ook niet; maar waarom tocl
niet ?
Ka.