Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
verklaring van woorden. lóp
„ maar het is ook dikwqls even veel, als dat-
„ gene, waarom^ of uit hoofde <»aarvan ieis
„ gefchiedt, waarom men iets doet, verdraagt,
„ of nalaat. Ik neem thans een' fteen in de
y, hand. Als gq mij nu vraagdet, waarom ik
„ dien fteen neem ? dan is dit evenveel, als of
„ gij vraagdet: „ welke redenen hebt gjj daar-
„ „ voor?" wanneer ik u vraag: „ om welke
„ „ oorzaak fchrqft gij heden niet?" en gij
„ antwoordt: „ ik heb een ongemak aan de
„ „ hand," dan ken, of weet ik de oorzaak,
„ waarom gij niet fchrqft. Zulke oorzaken heeten
„ ook redenen. Wanneer men derhalve vraagt,
„ waarom iets op deze of die wijze gefteld is, of
„ gefchiedt, dan wil men de reden weten, vvaar-
„ uit men inziet, uit hoofde waarvan iets ge-
„ fchiedt."
Zinnen, gewaarworden. —
Karel. Zoo even lees ik in dit boek: de
mensch heeft vqf zinnen. Welke dingen z|jn
toch die zinnen?
Vader. Hoort gij wel, dat de klok thans luidt ?
Karel. Ja, dat hoor ik zeer wel.
Vader. Waarmede hoort gij dat toch?
Karel. Met mjjn oor.
Vader. Voelt gij het, dat ik u thans druk?
Karel. Dat voel ik zeer wel.
N 5 Va-