Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
174 VERKLARING VAN WOORDEN."
KAREL, „ toen UW neef u bad, om hem een van
„ uwe ftukjes op het klavier voor te fpelen?
„ Gg waart immers niet befchaamd, toen hQ u
„ naar eenige Franfche en Latijnfche woorden
„ vroeg?" — Dat weet ik zelf niet, waarom
„ ik mij eigenlijk fchaamde," zeide karel.
„ Veeesdet g^ misfchien door uwen neef uit-
„ gelagchen te worden, en hem een zeer gering
„ denkbeeld van uwe bekwaamheid te geven ? "
„ Ach, ja! " zeidé karel , „ dat was het na-
„ genoeg." —• „ Nu, dan zult gij mij thans
„ ook kunnen zeggen, wat eigenlijk fchaamte
„ is." —- „ Is het misfchien eene vrees, om
„ bij anderen belagchelijk, of zelfs veracht te
y, worden ? " zeide karel , na eenige oogenblik-
ken bedenkens.
Beleediging. — „ Beleedigen — wat is dat
„ toch?" vroeg de Heer ernst. „ O, dat kan
„ ik u gemakkelijk zeggen," viel karel hem
in de rede. „ Als iemand mij iets onaangenaams
„ toevoegt, dan beleedigt hij mij." — „ Zoo,"
zeide de Heer ernst , „ wanneer derhalve
„ uwe moeder u beftraft, omdat gij uwe klee-
„ deren achteloos bemorst, dan beleedigt zij u;
„ niet waar ? Die beftraffing is u immers vast niet
„ aangenaam?" — „ Vader! Ik weet het niet,"
zeide karel toen, „ maar ik meende het te
« we-