Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
i84 verklaring van woorden.
„ doen gehad?" vroeg de Heer ernst op ze-
keren dag. „ Hij betoont zich immers zoo koel
„ jegens u." — „ Dat verfta ik niet," ant-
woordde karel, „ koel! wat is dat toch ? " —
„ Wel, is adolf nog zoo vriendelijk jegens u,
„ als anders? Bewijst hij u nog evenveel gene-
„ genheid en welwillendheid, en komt hij nog
„ zoo dikwijls bij u? " — „Is dat dan koel?
„ lieffte vader!" — „ O ja," zeide zijn vader,
„ Als men jegens anderen niet veel welwillend«
„ heid en genegenheid betoont, dan is men
„ koel."
Weekelijk, — De kleine frederik was een
zeer weekelijke jongen. Niets was hem gemakke-
lijk en zacht genoeg. Als zijn rok hem flechts
een weinig drukte, dan was hij daarover reeds
heel onrustig en verdrietig. Lag zijn hoofdkusfen
eens niet regt in het bed, dan klaagde hij, dat
hij niet flapen kon. Had hij eens den zachtflien
ftoel in de kamer niet kunnen krijgen, dan was
hij geheel van zijn ftuk. Al wat tot koestering
van zijn ligchaam ftrekte, had gij gaarne. Wan-
neer hij, daarentegen, iets bezwaarlijks en
onaangenaams doen of verdragen moest, dan
kromde hij zich zeer. Bij voorbeeld, wanneer
hij eens een uurtje door de koude moest loopen,
en zijnen pels juist niet aan had, of wanneer
zijn