Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
verklaring van woorden. lóp
„ woous, het komt u zonderling voor, gq weet
y, niet, waarom ik ledig ben; niet waar? Dat
„ wildet gij misfchien zeggen?"
Dit beantwoordde karel met Ja,
„ Maar wanneer gij thans van eene ongemeen
„ groote en edele handeling van een' mensch
y, hoort, bij voorbeeld: dat een mensch zich
„ midden in een brandend huis, ondanijs alle
„ klaarblijkel^k levensgevaar, begeven, en een
„ kind gered heeft, hetwelk anders zou verbrand
„ zqn; niet waar ? dan zoudt gij eene groote
„ hoogachting voor zulk een' mensch gevoelen?
f, „ Zulk eene fchoone daad kost veel moeds,
„ „ en is vast alle dagen niet te vinden,"
„ zoudt gij zeggen. — Zie, dan zoudt gQ zulk
„ een' mensch bewonderen."
Vleijerij. — „Ik heb eenmaal," verhaalde de
Heer ernst, „ een' mensch gekend, die bij
„ eenen Heer in dienst was, wien bijkans een
„ ieder, uit hoofde van zijne Hechte zeden en
„ zijn boos hart, verfoeide. Hij was lui,
„ vuil, nijdig, listig en valsch, en waar hij
„ kon, beleedigde hy andere menfchen gaarne,
„ en deed hun onregt. Niemand had gaarne
„ iets met hem te doen;' maar zqn gezegde
„ dienaar kon heel wel met hem te regt ko-
„ men. Al wat zijn Heer deed, prees en be-
M « won-