Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
VERHALEN. Ißt
ftonden eens regt te goed te doen. Maar frede-
»IK bleef op den beftemden tijd weg. „ Waarom
„ hebt gij geen woord gehouden? " vroeg karel.
f, Dat zou immers niet braaf zqn geweest,"
antwoordde frederik.
Wat zegt gij, moet men dan zijn woord niet
altijd houden?
29.
Twee kinderen, uit eene en dezelfde ftad, en
van gelijken ouderdom, waren beiden flehte,
luije menfchen geworden. De een had echter
eene goede opvoeding gehad, en was ordelqk
onderwezen; terwijl de andere niemand gehad
had, die zich aan hem liet gelegen liggen, en zon-
der eenig onderwqs en tucht was opgegroeid. De;
menfchen der ftad verachtten hen beiden. Was
intusfchen de een niet veel verachtenswaardigec
dan de andere?
30-
Twee broeders, die, in alle opzigten, vr^f
wei aan elkaar geleken, waren evenwel in een
opzigt zeer ongelijk aan elkander. De een
kon zelfs de allerkleinfte beleediging volftrekt
niet verdragen. Elk woord of bedrijf, dat hem
tegenftand, verbitterde hem, al was het ook zoo
erg niet gemeend. „ Ik duld, eens vooral, vol-
I 2 „ ftrekt