Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
128 , V e R h
n.
23-
In een groot gezelfchap werd eens eene col-
lecte gedaan voor een' ongelukkigen, die bij ze-
kere brand de meeste fchade geleden, en zijn
geheele i<leine vermogen verloren had. Er wa-
ren zeer rpe lieden in dat gezelfchap, die wel
vijf en meer guldens gaven. Een eenig man,
die naauvvelijks zoo veel bezat, dat hij rondfchie-
ten kon, gaf er den laatfien - gulden aan, dien
hij in zijne magt had. ,, Ik ben toch ten min-
„ fte gezonddacht hij, „ en kan weder iets
„ voor mq verdienen."
Wie was in dit gezelfchap wel de mildde gever?
a4.
Zeker man werd door een' zgner vrienden ge-
beden , dat hij hem vier honderd guldens, die hij
juist in voorraad had liggen, voor eenigen tijd
leenen mogt. De man wist wel, in welken nood
zijn vriend was, maar bedacht zich echter.
„ Ik wilde u het geld gaarne geven," zeide hij
tot zijnen vriend, „ maar ik ben het iemand
y, fchuldig, en heb beloofd, om het hem nog
y, in deze week te betalen."
W^at moest de man nu doen ?. Moest hij liet
geld aan zijnen vriend leenen, of moest hij zijne
fchulden betalen?