Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
124 v e ,r h a l e n.
riep de gevallene den anderen daglooner toe.
„ Ja," zeide deze, „ thans heb iic te arbei-
„ den, en mijn werlc gaat voor; wacht, tot dat
„ ilc hetzelve afheb." Wat denkt gij nu, iian-
delde die man wel regt? Zijn medgezel zou in
de gracht zijn verdronken, zoo hem geen ander
had gered, die er kort daarna voorbij ging, en
hem in den modder hoorde gorgelen.
18.
Zeker fchoenmaker was een zoo dienstvaardig
mensch, dat hij nooit aan iemand een dienstbe-
wijs , 't welk van hem gevorderd werd, ontzeide.
Hq ging, op verzoek van zijne buren en beken-
den, nu eens herwaarts , dan eens derwaarts. Hij
hielp hen, wanneer zij eenig werk niet gerede-
lijk konden volbrengen. Hij hield hen gezel-
fchap, wanneer zij eene uitfpanning nemen wil-
den. Denkt gij niet, dat de menfchen hem
heel lief zullen gehad hebben ? Die liefde was
evenwel zoo heel groot niet. „ Hij is wel een
„ zeer dienstvaardig man!" zeiden zij, maar
„ hij is evenwel een gek. Uit enkele gediens-
„ tigheid laat hij zijn handwerk verloopen. Dus
„ verdient hij niets, en moeten zqne vrouw en
„ kinderen bijkans honger lijden." — Deden de
menfchen hem nu geen ongelqk?
19.