Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
fabelen. 99
„ willen wij u volkomen betalen. Wij willen
„ op den beer los gaan. Dat zal een grap we-
„ zen!" — „ Zoo gq lust hebt, mijne Heeren l"
fprak de bontwerker, lagchende, „ ik mag het
„ wel lijden! "
De handwerkers gaan in het woud, en vinden
welhaast den beer, die grimmig op hen afkomt.
Daar ging eene ijskoude rilling over hunne leden.
De eene redde zich fchielijk op een' boom, en de
andere, die min geoefend in het klauteren was,
ftrekte zich plat uit over den grond, hield den
adem in, en veinsde zich dood; want hij herin-
nerde zich, gehoord te hebben, dat geen beer
een lijk opat, en men denzelven op de ge-
zegde wijze ontduiken kon. De beer berook
het mensch, wentelde hem met zqne pooten om
en om, en liet hem liggen.
Toen hij nu ver genoeg verwijderd was, klom
de een van deit boom af, en rees de ander van
den grond op. „ Wel nu," zeide dj boom-
beklimmer tot zijnen vriend: „ de beer kwam u
„ met zijn' mond zoo digt aan het oor, wat zei-
„ de hq u toch ? " — „ Dat men," hernam de
andere, „ nooit over de huid befchikken moet,
y, vuor dat men den beer gevangen heeft."
G 2 24. Dc