Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
88 FABELEN.
II. De kater.
Een kater, loerende op zijn' buit.
Zag, op een feest, den wijn in heldre glazen
blinken y
En daarvan menig een' der gasten vrolijk drinken.
Hij riep in vollen qver uit:
„ O Hemel! welk een dol beftaan !
„ Die zonde zal ik nooit begaan!
„ Wq katten walgen van den wijn!
„ O leert van ons toch wijzer zijn!
„ Staakt, menfchen! ftaakt dat dartel brasfen!
„ Zou dat een reedli^jk fchepfel pasfen?"
„ Zacht, poes! houd in, en wacht u wel,"
Riep een der gasten, blij te moed,
„ Dat ik niet op mqn beurt vertel
„ Wat kwaad gij onophoudlijk doet."
12. De havik en de ooijevaar.
Een havik viel een' leeuwerik aan,
Terwijl een ooijevaar daarjuist voorbij kwam gaan.
En zag, hoe hij dat beest van een rukte en verflond,
Dit wekte 's ooijevaars meêdoogendheid terftond.
„ Zoo even," riep hij, „ zong dat dier zoo aardig
« nog!"
„ Eilieve!" was 't befcheid des haviks, „ fpaar
„ uw klagten!
„ De