Boekgegevens
Titel: Wat dunkt u van het voorstel De Brauw?: bijdrage ter beantwoording
Auteur: Groen van Prinsterer, G.
Uitgave: Amsterdam: H. Höveker, 1867
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 27-14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203184
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Steur-de Brauw, A.E. van der, Onderwijsrecht, Regelgeving, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wat dunkt u van het voorstel De Brauw?: bijdrage ter beantwoording
Vorige scan Volgende scanScanned page
De volgende punten, in verband met schoolwetherzie-
ning, waren op de Agenda gebragt:
1. De wenschdater, van wege het Hoofdbestuur, eene opwek-
king uitga aan de Sub-Commissiën enz. van het Christelyk-
nationaal schoolonderwgs, ten einde met vereende krachten te
petitioneren tegen de verderfelgke strekking van de wet van
Augustus ,1857.
2. De onbillgkheid, dat openbare onderwyzers kerkelijke
betrekkingen bekleeden, zelfs daar waar een bijzonder onder-
wijzer aan eene Christelgke school werkzaam is.
3. Dat worde gevraagd: herziening van de wet op het lager
onderwys, en wel bepaaldelijk betreffende de magt der gemeente-
besturen, om geene schoolgelden op de openbare school te hef-
fen , en de ouders te dwingen hunne kinderen te doen inenten.
4. De vraag (door Jhr. Mr. Elout van Soeterwoude): of er
niet pogingen in het werk moeten worden gesteld, om weder
in de wet op het lager onderwas te doen opnemen het begin-
sel van art. 4 der regeringsvoordragt van 1854, ten opzigte
der facultatieve splitsing (waarby eene Memorie van toelichting
'"•gevoegd is?
Hierbij kwam, in de byeenkomst zelve, het aldaar door den
hopglMraar G-ratama toegelichte voorstel, in substantie aldus:
„ De Gemeente geve, overal waar een zeker getal leerlingen,
bijv. 25, een onderwas ontvangt beantwoordende aan alle eischen
en waarborgen van degelijkheid die de Overheid voor hare
scholen stelt, subsidie, geheel onverschillig welke de godsdien-
stige rigting zij der school. Wat in Belgie ten aanzien der
godsdienst geldt, dat een bepaald getal ingezetenen een in
zekere verhouding tot hun aantal staand subsidie van den
Staat op hunne eerste aanvrage ontvangen, worde bij ons reg-
tens ten aanzien van het onderwijs.
„En hoe hoog zal het subsidie zyn? „Het worde bepaald
door de verhouding van de schoolgelden tot hetgeen de Gemeente
uit andere middelen tot oprigting en instandhouding van soort-
gelijke scholen aanwendt.
„Een gelijk bedrag als de Gemeente voor ieder kind door