Boekgegevens
Titel: Wat dunkt u van het voorstel De Brauw?: bijdrage ter beantwoording
Auteur: Groen van Prinsterer, G.
Uitgave: Amsterdam: H. Höveker, 1867
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 27-14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203184
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Steur-de Brauw, A.E. van der, Onderwijsrecht, Regelgeving, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wat dunkt u van het voorstel De Brauw?: bijdrage ter beantwoording
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
geen dreigementen afschrikken. Verlaat n op de meerderheid
der welgezinden; de handhaving van de godsdienst is het
behoud van het Land.//
Doch genoeg reeds. Ook gevoel ik, bij het vertalen, het
is onvertaalbaar.
Men moet die briefwisseling lezen in haar geheel, in
onderling verband van vraag en antwoord en repliek; in
de oorspronkelijke oud-hollandsche of fransche zinrijke taal,
in het vertrouwelijke en naïve van toon en stijl. Ten proeve
deel ik u twee zinsneden meê.
De eerste is die, welke ik reeds in nieuwervvetscheomschrij-
ving u gaf, waar Willem-Lodewijk, gelijk ik zeide, onge-
duldig wordt, omdat de vrienden van het Vaderland in hun
argeloosheid door fraaije voorspiegelingen telkens om den
tuin werden geleid. — Gelijk ik aldus zeide; doch hoe schrijft
de Stadhouder zelf ? // lek verlies de patiëntie dat sich onze
goede slechte patriotten, gelijk de kinderen, met popkens
laten stillen.//
De tweede zinsnee is eene bede voor Maurits. // Van
herten Godt biddende U. E. mannelickheit ende wijsheyt te
verkenen, omme sich tegen Godt en het Vaderlandt in syn
hoochwichtig ampt sulx te quyten, dat beyde, de religie en
't vaderlandt, behouden blijven; immers dat U. E. een
gerust gemoet en conscientie daarvan hebben mogen. // —
ïe liever hoort gij ze, omdat dezelfde bede, ten allen
tijde, voor eiken erfgenaam der hooge roeping van het
nederlandsche Stamhuis, ten Hemel behoort te worden
gerigt.
Verlangt gij, in volle kracht, den indruk te vernemen
dien ik van de lezing en herlezing dezer onwaardeerbare
briefwisseling telkens ontvang, liet is dezelfde dien gij
vindt in den zwanenzang van onzen da Costa. Waar hij