Boekgegevens
Titel: Wat dunkt u van het voorstel De Brauw?: bijdrage ter beantwoording
Auteur: Groen van Prinsterer, G.
Uitgave: Amsterdam: H. Höveker, 1867
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 27-14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203184
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Steur-de Brauw, A.E. van der, Onderwijsrecht, Regelgeving, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wat dunkt u van het voorstel De Brauw?: bijdrage ter beantwoording
Vorige scan Volgende scanScanned page
Alj ■
27
gehad. Derhalve, iudicn in deze Kamer die denkwijze toeneemt, dan
is dat een onomstootbaar bewijs — verliest het uiet uit het oog —
dat ook daarbuiten die rigting toeneemt.
„Die niet ziende blind is, merkt dat de afkeer van de openbare
school toeneemt. Daarom geloof ik dat de agitatie, die in spijt van
de strenge vermaning van den heer Godefroi moge voortduren, op
dit oogenblik meer kans heeft vruchtbaar te worden dan in 1857."
Zonder hetgeen wij door agitatie verstaan , zonder ernstige
bespreking, buiten de Staten-Generaal, van hetgeen in de
Stateu-Generaal ter sprake gebragt wordt, is het constitu-
tionele Gouvernement een ijdel vertoon. Er kan geen sterker
bewijs zijn van het diep verval eener Natie dan wanneer zij,
zelfs waar over de hoogste volksbelangen zal worden beslist,
als ging het haar niet aan , lijdelijk en koel blijft.'
Derhalve geen voorbarig petitionneren, geen aanblazing van
volksdriften, geen interventie van de volksstem voor zaken
waarin het volk geen stem heeft. Maar ook geen wegcijfering
van het petitieregt. Het regt om te klagen is bij de Grondwet
erkend. Evenzeer als het zelfstandig gezag der Kroon, even-
zeer als de vrije kritiek der Staten-Generaal, behoort de
' Reeds in 1862 heb ik aan Thorbeckc, die mij zeide: „in cn
buiten deze Kamer zou ik meenen dat uwe partij meer houdt van
agitatie dan van stilte", de woorden herinnerd van Macaulay, ook
als staatsman uitstekend: „Wat beteekent agitatie? wat anders
dan de wijs waarop het ligchaam dat wij vertegenwoordigen, de
groote buiten-vergadering gedacbtenwisseling houdt, voor de deug-
delijkheid der landsregeling niet minder noodig dan ons eigen debat!"
„What is agitation but the mode in which the public, the body
which we represent, the great outer-assembly, if I may so speak,
hold its debates ? It is as necessary to the good government of the
country that our constituents should debate as that we should
debate."