Boekgegevens
Titel: Wat dunkt u van het voorstel De Brauw?: bijdrage ter beantwoording
Auteur: Groen van Prinsterer, G.
Uitgave: Amsterdam: H. Höveker, 1867
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 27-14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203184
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Steur-de Brauw, A.E. van der, Onderwijsrecht, Regelgeving, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wat dunkt u van het voorstel De Brauw?: bijdrage ter beantwoording
Vorige scan Volgende scanScanned page
24.
zegen grooter verpligtingen oplegt; waaraan, in het licht van
Gods oordeelen, het verlaten zijner geboden vreesselijker toe-
komst voorspelt. Ik weet ook dat het Oranje-loven! zonder
het Je maintiendrai! geen wezenlijke en bestendige kracht
heeft. Doch daarom juist blijft het eene schoone bladzijde
van onzen leeftijd, toen in 185C, als antwoord op den
eisch van nationalen godsdienstzin, de Koning bij her-
haling te kennen gaf dat, al mogt ook eene voor het
christelijk volksgeweten onverdragelijke wet worden aange-
nomen, hij zwarigheid zou moeten maken om aan die
wet zijne koninklijke sanctie te geven. ' En het is niet aan
den welgezinden Vorst te wijten dat dit koninklijke initiatief,
onder ministeriële en parlementaire kunstbewerking, onder
toejuiching of stilzwijgen van zeer velen onzer vrienden, in
1857, op een wet uitliep, erger dan die waartegen de
Koning zich verzet had. ^
Is een petitionnement niet een krachtig middel ter agitatie ?
Voorzeker.
En is agitatie geoorloofd ?
O ja. Ik verwijs u naar den schrijver van Agitatie en
pligthetr achting. >
In 1865, toen mij het verwekken van schoolwet-agitatie
' De ontzenuwing hiervan, bijv. in het uitvoerig vertoog van den
heer Jonekbloet {Schoolwet-agitatie, biz. 24—54), steunt op de eigen-
dunkelijke vereenzelviging van 's konings oorspronkelijke (in de volks-
vertegenwoordiging, als raison d'étre van het ministerie, openbaar
gemaakte) gedachte „Aan zoodanig eene wet kan ik mijne toestem-
ming niet geven!" met de gedachte van het schroomvallige kabinet,
„ Althans er zal vooraf naar een middel ter te gemoetkoming aan de
bezwaren worden gezocht."
- Erger. Zie de aanwijzing hiervan in mijn geschrift Ooer het ont-
werp van 'toet op het Lager onderwijs ('sHage, 18S7), blz. 1—30).