Boekgegevens
Titel: Wat dunkt u van het voorstel De Brauw?: bijdrage ter beantwoording
Auteur: Groen van Prinsterer, G.
Uitgave: Amsterdam: H. Höveker, 1867
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 27-14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203184
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Steur-de Brauw, A.E. van der, Onderwijsrecht, Regelgeving, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wat dunkt u van het voorstel De Brauw?: bijdrage ter beantwoording
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
Evenwel toen was er grond voor blijde verwachting. Thans
niet. Ik doe gaarne hulde aan het gewigt der voorgestelde
wijziging en aan des voorstellers intentie. Maar, zoo som-
migen uwer, op grond enkel hiervan, binnen kort subsidie
voor bijzondere scholen te gemoet zien, dan zou ik schier
in de gemoedsstemming raken van den uitnemendste der
Eriesche stadhouders: //Ik vind het onuitstaanbaar dat onze
brave vaderlandlievende menschen, in hun onnoozelheid als of
ze nog niet volwassen waren , met speelgoed worden gepaaid. //
Het niet betwisten van la prise en considéraiion ligt in
de taktiek onzer tegenpartij ; doch meent gij dat later (hoe
laat?) in de Tweede Kamer veel sympathie en weinig tegen-
stand zijn zal?
En wat dunkt u van de Eerste Kamer? die, op één na,'
met algemeene stemmen haar zegel aan de wet van 1857
gehecht heeft; die zich zei ven, tien jaren achtereen, in voor-
ingenomenheid voor dit pronkstuk van nederlandsche wet-
geving gelijk bleef? Zou zij, juist nu, gereed zijn om,
eensklaps, onder verbazing van allen, te zwichten voor hare ,
stel dat dit gebeure ! tot inkeer gekomen zuster ? Zou het niet
bijkans eene beleediging van het zittend personeel zijn de waar-
schijnlijkheid , de mogelijkheid te onderstellen van zoodanige
flexibiliteit ? En, wierd de Kamer ontbonden, zijt ge op
de gunstige gemoedsstemming der Provinciale Staten, bijv.
hier in Eriesland , gerust ?
Vergeet niet de hoofdstrekking van het voorstel. Vergeet
niet dat de hoofdgedachte, die wij met ingenomenheid be-
groeten, even daarom den feilen weerzin onzer tegenstan-
deren wekt. Deze hoofdgedachte werpt de wet van 1857
I De heer van der Oudcrmeulen.