Boekgegevens
Titel: Wat dunkt u van het voorstel De Brauw?: bijdrage ter beantwoording
Auteur: Groen van Prinsterer, G.
Uitgave: Amsterdam: H. Höveker, 1867
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 27-14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203184
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Steur-de Brauw, A.E. van der, Onderwijsrecht, Regelgeving, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wat dunkt u van het voorstel De Brauw?: bijdrage ter beantwoording
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
partij ons aandeed, en zoudt gij dan aarzelen voor een
zoo heugelijke ommekeer dankbaar, volgens de motie die
de Hoofd'Commissie u voorlegt, te verklaren dat de Verga-
dering >' de hoofdgedachte , Eegt voor allen, bovenal waar
het vrijheid van godsdienst en geweten betreft, met inge-
nomenheid begroet ? n
Van waar die ommekeer?
Zij is een gevolg ook van den invloed der Moderne
rigting. Vroeger begreep men niet waar het vereenigen van
alle gezindten in dezelfde school eigenaardig op uitloopt. De
ongeloofs-ontwikkeling sedert 1857 heeft een helder licht
verspreid over veel dat te voren onduidelijk was.
Vóór geruimen tijd reeds heb ik mij veroorloofd te doen
opmerken dat, door de eigenaardige strekking der wet van
1857 , de openbare school van lieverlede wordt een secteschool
der Modernen. Weinigen in het eerst zagen het of wilden
het zien. Thans ziet en zegt iedereen het. Iedereen ontwaart
dat het den Modernen niet om gelijkheid van regt, neen !
maar veeleer, in School en in Kerk, om voorregt, om
suprematie, om alleenheersching te doen is. De openbare
school, zoo het heet voor allen, wordt, op aller kosten,
eene school voor hen alleen. Van alle kanten (denk aan de
la Saussaye, aan Pierson , aan Buijs) vindt men die begeer-
lijkheid wel wat verregaande en leest men hun wegens der-
gelijk exclusivisme de les. Doch wij spreken nu van den
parlementairen toestand, en dus bepaal ik mij hier bij het-
geen laatstelijk de baron v. Zuylen van de moderne leer,
in verband met het lager onderwijs, gezegd heeft.
„Wanneer wij de enorme vorderingen zien, wellce die leer in
dc laatste tien jaren gemaakt lieeft, dan rijst voorzeker de gewigtige