Boekgegevens
Titel: Wat dunkt u van het voorstel De Brauw?: bijdrage ter beantwoording
Auteur: Groen van Prinsterer, G.
Uitgave: Amsterdam: H. Höveker, 1867
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 27-14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203184
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Steur-de Brauw, A.E. van der, Onderwijsrecht, Regelgeving, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wat dunkt u van het voorstel De Brauw?: bijdrage ter beantwoording
Vorige scan Volgende scanScanned page
IG
Meent gij dat ik te veel zeg? leest en herleest deze
merkwaardige memorie; de twee fragmenten althans, die ik
u ten proeve uitkies.
Het eerste waar de heer de Brauw aanwijst dat, ten
gevolge van den eiseh der wet, het gebruik van de open-
bare school met de conscientie van een zeer aanzienlijk
gedeelte der Natie in strijd is.
„Het is duidelijk, dat het verbod der wet om iets te leeren,
te doen of te laten wat strijdig is met den eerbied, verschuldigd
aan de godsdienstige begrippen van andersdenkenden, en de open-
stelling der openbare school voor kinderen van ouders, die de
meest verscbilleude godsdienstige begrippen kunnen zijn toegedaan,
het onderwijs op die school in zijne opvoedkundige strekking van
allen positief godsdieustigen grondslag moeten berooven. Hoe zou
het mogelijk zijn, de opleiding tot christelijke deugden te doen
steunen op christelijk-godsdienstigen grondslag , dogmatiek zelfs
buitengesloten, waar ook het Israëlitisch kind, wiens ouders dien ehris-
telijken grondslag als beginsel voor het zedelijk leven ontkennen, aan
het onderwijs moet deel nemen? Hoe zou het mogelijk zijn, over
eenstemming daaromtrent in het leven te roepen tusschen de ver-
schillende belijders van het Christendom, waar soms de een als
waren grondslag voor zedelijke opleiding alléén erkent wat de ander
als zoodanig niet kan noch mag aannemen, ja wat in zijue oogen
verkeerd en onwaarachtig is?
In de oogen van zeer aanzienlijke en verschillende deelen onzer
bevolking levert een onderwijs, dat niet op positief godsdieustigen
grondslag in zijne opvoedkundige strekking mag steunen, niet alleen
geene goede, maar zelfs wrange vruchten voor de zedelijke ont-
wikkeling hunner kinderen op; en op dien grond mogen noch kun-
nen de zoodanigen, om des gewetens wille, hunne kinderen toever-
trouwen aan een ouderwijs, dat naar hunne innigste overtuiging
gevaar loopt eer tot hun verderf dan tot hun heil te strekken."
Jlijne Hoorders, wat zegt gij ? ik erken gaarne niet te