Boekgegevens
Titel: Wat dunkt u van het voorstel De Brauw?: bijdrage ter beantwoording
Auteur: Groen van Prinsterer, G.
Uitgave: Amsterdam: H. Höveker, 1867
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 27-14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203184
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Steur-de Brauw, A.E. van der, Onderwijsrecht, Regelgeving, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wat dunkt u van het voorstel De Brauw?: bijdrage ter beantwoording
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
(lat hij, waar inconsequentie hein te laste gelegd wordt, wijst
op tl het groote verschil tusschen de beoordeeling van eene wet
a priori, van eene wet die gemaakt wordt en dus nog werken
moet, en de beoordeeling van diezelfde wet na eene onder-
vinding van tien jaren.// Dat hij het eigen troetelkind
van vroeger dagen meêdoogenlcos brandmerkt; aldus: // Die
ondervinding nu is naar mijne overtuiging nadeelig; zij
bewijst tegen de Met, want het is toch wel een vreemd
verschijnsel dat in een christenland, ik spreek niet van
een christenstaat, dat in een christenland de openbare
school, die van overheidswege bestaat en bekostigd wordt,
voor allen bruikbaar is behalve voor hen die prijs stellen
op het positief christelijk geloof.//
Ts het niet evenzeer treffend dat de heer de Brauw die, met
bekwaamheid en volharding, voorstander van de gemengde
school was , die aan de vereeniging van Roomschgezinden
en Protestanten , op traditionele suprematie gerust, met
teedere voorliefde vasthield, die zich zeiven en anderen de
mogelijkheid eener inderdaad christelijke opleiding opdrong ;
diej„^fsehoon de wortel geweerd werd , geen contrabande
in de eigenaardige vrucht zag; aldus zoo stelselmatig tegen
ons gekant, dat, bij de verkiezingen van 1864, mij ter
naauwernood, door meer goedhartigen dan verstandigen
aandrang, de vrijlating van het in mijn oog afkeurens-
waardige afgeperst werd, ' en ik, bij de verkiezingen van
1860 stilzwijgend zijne herbenoeming duidelijk genoeg af-
ried , dat diezelfde kundige voorvechter van het stelsel
in 1857 triumferend, ons thans een dergelijk voorstel
aanbiedt, en , let wel ! daarbij eene memorie van toelichting,
grootendeels als uit mijn eigen hart geschreven, voorlegt!
1 Zie Aan de Kiezers, iv. „Het district Goud.i en ons s/iiMo/e/A."
Vooral l)lz. 10.