Boekgegevens
Titel: Wat dunkt u van het voorstel De Brauw?: bijdrage ter beantwoording
Auteur: Groen van Prinsterer, G.
Uitgave: Amsterdam: H. Höveker, 1867
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 27-14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203184
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Steur-de Brauw, A.E. van der, Onderwijsrecht, Regelgeving, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wat dunkt u van het voorstel De Brauw?: bijdrage ter beantwoording
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
zitting, in het begin der volgende altlians. Dan wordt het
voorstel de Brauw van een belemmerend toevoegsel ont-
O
daan en kan aan de vraag omtrent het subsidiëren van
bijzondere scholen, omtrent regeling van het onderwijs, in
verband met de beginselen van het hedendaagsche staats-
regt, een onverdeelde en meer doeltreiTende belangstelling
worden gewijd.
Aldus neme de Regering zelve, het ministerie Heems-
kerk, in het tot genoegzame duidelijkheid gebragte, het
initiatief.
Het ministerie Pleemskerk. Vreemde uitdrukking, niet
waar? die bijkans ongepast schijnt. Ik wil ze toelichten.
Over de opkomst en liouding van dit Kabinet, over onze
teleurstelling van 1866, erger dan in 1856, zwijg ik. Mijn
oordeel desaangaande is overbekend. ' Dit ééne slechts. De
maatstaf ter beoordeeling van het gedrag dergenen op wier
standvastigheid en ijver de christelijk-historische rigting
billijkerwijs, dunkt me, rekening gemaakt had, lieb ik,
^ méi'^pxi. mijne beschouwing, maar aan hun eigen antece-
deniim, ontleend. ^ Wat hiervan ook zij , dit is zeker dat
de heer Heemskerk , zonder door onze m. i. afvallige vrien-
den te worden belemmerd , in de onder wij squestie regeert.
' Z\G Parlem. Studiën en Schetsen, u, 231—239 en n, 265—285.
Den 1 Maart 11. liceft de miuister v. Zuijlen in de Tweede Kanier
zicli aldus over mij iiitgelaten:
„Ik heb in een werk van Guizot over liet positivisme, waarin
hij Auguste Comte kenschetst, eene plaats gevonden, die m. i. toe-
passelijk is op het standpunt, waarop de heer Groen van Prinsterer
zich tegenover mij geplaatst heeft. „ Quiconque s'associait à son plan
par quelque côté ou pendant quelque temps devenait aux yeux de
Mr. Comte une conquête, une propriété, une sorte de serf philoso-
phique, tenu eavers son maître à des devoirs et à des services dont
il ne pouvait s'affranchir sans être aussitôt qualifié d'infidèle ou de
rebelle, et sans voir rompre les liens les plus intimes et les plus