Boekgegevens
Titel: Wat dunkt u van het voorstel De Brauw?: bijdrage ter beantwoording
Auteur: Groen van Prinsterer, G.
Uitgave: Amsterdam: H. Höveker, 1867
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 27-14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203184
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Steur-de Brauw, A.E. van der, Onderwijsrecht, Regelgeving, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wat dunkt u van het voorstel De Brauw?: bijdrage ter beantwoording
Vorige scan Volgende scanScanned page
llooi'd-Coramissie, aaii de Vergadering deze beleeide verkla-
ring onzer regtinatige sympathie ter bekrachtiging aanbied:
«De Vergadering, zonder zich bevoegd te
achten om, over het bij de Tweede Kamer der
Staten-Generaal ter herziening van de wet
van 13 Augustus 1857 aanhangig voorstel, in
bij zonderheden reeds nu eeuig oordeel te vellen,
//Verklaart gaarne dat zij de hoofdstrekking,
liegt voor allen, bovenal waar het de vrijheid
van godsdienst en geweten betreft, met inge-
nomenheid begroet.'/
Verder kunnen wij, namens de Vergadering, thans niet
gaan. De vrijheidlievende hoofdstrekking vindt in ons aller
hart niet twijfelachtigen weerklank, maar de beligchaming
ïvan het voortreffelijke denkbeeld kan hier geen onderwerp
'^zijn ter beslissing. Wèl ter gedachtenwisseling, wèl voor
een debat, dat tot nadere toetsing den weg baant. Voor zoo-
dattig onderzoek ben ik thans tot het leveren ook van
ni^ne bijdrage bereid.
Twee veranderingen wensch ik.
De eerste, reeds door den hoogleeraar Gratama vermeld,
is raadzaam niet slechts, maar onmisbaar. Onverdragelijk
is het woordeke han. //Aan andere bijzondere scholen kan
van wege de gemeente subsidie worden verleend.//
Aldus zou, vrees ik, de voorspiegeling van subsidie,
zonder wezenlijk voordeel voor ons, een onheil voor het
land zijn.
Velen onder u, mijne Vrienden ! weten maar al te wel
hoe wij met het verderfelijk alvermogen van dit woordeke