Boekgegevens
Titel: Wat dunkt u van het voorstel De Brauw?: bijdrage ter beantwoording
Auteur: Groen van Prinsterer, G.
Uitgave: Amsterdam: H. Höveker, 1867
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 27-14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203184
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Steur-de Brauw, A.E. van der, Onderwijsrecht, Regelgeving, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wat dunkt u van het voorstel De Brauw?: bijdrage ter beantwoording
Vorige scan Volgende scanScanned page
draagt, cn die uaar het door mij verlaten systeem van
facultative splitsing, door de opinie van den tegenwoordigen
Minister bemoedigd, terugkeert. Evenzoo levei't onze vriend
van Toorenenbergen, wiens langdurige en gewigtige diensten
aan het christelijk onderwijs ik steeds met dankbaarheid
herdenk, eene bijdrage ter schoolwetherzieniug, ' waarbij,
zoo ik mij niet vergis, het in 1856 door den minister
Simons ingeslagen spoor gevolgd ^ en, wie zou het vermoed
hebben 1 op het behoud van het woord chrislelyke in art. 23
prijs gesteld wordt. Voeg hierbij de voorstellen van den
heer de Brauw en van onzen vriend Gratama. In eene
met de mijne veel meer liomogene stre:kking, wijken zij
evenwel af, het eerste zeer ver, het andere eenigermate
althans, van hetgeen door mij begeerd wordt.
Zal ik mij nu halstarrig, gemelijk welligt, verschansen achter
een belagchelijken dunk van eigen wijsheid, of wel integendeel,
om elke verdenking van hooghartige kleingeestigheid te
ontgaan, onmiddellijk de slotsom loslaten van langdurig en
naauwgezet overleg? Noch het een, noch het ander. Voor
als nog blijf ik bij mijne zienswijze, gelijk ze laatstelijk door
mij in de Tweede Kamer voorgesteld is. Bij het Adres van
antwoord, in 1864; ineen Advies, waarvan ik een vijftigtal
exemplaren, voor hen die met deze laatste parlementaire for-
mulering van mijn onderwijs-programma onbekend zijn,
indien zij het verlangen, ter beschikking alhier nederleg. ''
Thans laat ik het hierbij. Ik treed in geen verdediging
van mijn eigen plan de campagne; ik spreek nu niet van
art. 194) der grondwet, niet van art. 23 der schoolwet. Het
' Ter Schoolwetherzieniiiy. Utrecht, Kemink en Zoon, 1807.
« Zie daarover iiiijue Adoiezen, li, p. 203.
ä Het lager Onderwijs en Art. 191 der Grondwet. — Pu riemen-
Inir Advies van 28 September 18fi4. 'sGrnvenliage, Gebr. v. Clecf.