Boekgegevens
Titel: Wat dunkt u van het voorstel De Brauw?: bijdrage ter beantwoording
Auteur: Groen van Prinsterer, G.
Uitgave: Amsterdam: H. Höveker, 1867
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. Pijn. 27-14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203184
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Steur-de Brauw, A.E. van der, Onderwijsrecht, Regelgeving, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wat dunkt u van het voorstel De Brauw?: bijdrage ter beantwoording
Vorige scan Volgende scanScanned page
niet bijkans onmogelijk zijn. Dan moet het financieel cn
zedelijk overwigt van den Staat niet ter opzettelijke ver-
sinooring vaTi al wat met de neutrale school niet homo-
geen is, worden misbruikt. Dan komt het hulpbetoon van
den Staat eerst te pas, wanneer elk ander en beter middel
te kort schiet. Dan mag de neutrale school niet zijn het
ideaal, het model waarvoor de gemeente haar financiën
uitput; zij is dan een noodzakelijk kwaad dat, in lut
welbegrepen belang ook van den Staat, door het bijzonder
onderwijs, zooveel doenlijk, overtollig moet worden gemaakt.
Herziening van de wet dus, om haar te ontdoen van pole-
miek tegen al M'at uiet den noodlottigen stempel van het
openbaar onderwijs draagt; om daaruit te ligten de vijan-
dige strekking ook tegen christelijke scholen, die men,
met zeer onjuiste benaming, secte-scholen genoemd heeft."
^Dit stelsel, dezen voorrang van het bijzonder onderwijs,
vo^bereid door wijziging van art. 194 der grondwet, heb
ik. verdedigd, in en buiten de Tweede Kamer, van 1861
tot ö^_heden. Met stilzwijgende toestemming, naar ik mij
veibgefdde, vijfjaren achtereen, van bijkans allen in onze
christelijk-historische rigting.
Thans bestaat die ware of vermeende eenstemmigheid
niet meer. Zonder dat eï, onder mijne vrienden, over deze
denkbeelden de door mij telkens zoo zeer verzochte discussie
plaats heeft gegrepen, ontwaar ik, sedert eenige weken,
dat de verscheidenheid van inzigten groot is. En hier wijs
ik u terstond naar onze Agenda en op het gevoelen van
iemand aan uiens oordeel ik buitengemeen gewigt hecht,
mijn veeljarigen geliefden medestrijder, ons adviserend lid
Elout van Souterwoude, dien wij zoo gaarne in ons midden
zouden gezien hebben, wiens voorstel en memorie van toe-
lichting den stempel zijner kernaclitige scherpzinnigheid