Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 89 —
seilen locli wel leeren inzien, boe oneindig veel er voor
de gelieele verdere ontwikkeling van elk kind afhangt
van de wijze, waarop zijn ligchaampje, gedurende de drie
eerste levensjaren, gevoed, gepleegd en verzorgd is. o!
In dien eersten tijd moet het gestel kracht opdoen voor
het geheele volgende leven, en wat alsdan verzuimd of
bedorven is, kan later nimmer wéér geheel ingehaald of
hersteld worden. Zoo menig kind, dat bij de geboorte
een nietig wurmpje scheen, heb ik bij welbegrepene lig-
chaamsopvoeding nog een krachtig mensch zien worden;
en daarentegen, hoe menig kind, dat bij het ter wereld
komen kloekgebouwd en sterk was, heb ik door fouten
in de wijze van behandelen zien wegkwijnen, of ten min-
ste achterlijk zien blijven! Dit laatste gebeurt menigvul-
dig in de lagere standen der maatschappij. Onze eeuw
kenmerkt zich door pogingen van de hoogere standen
om het lot van de minder begunstigde te verbeteren.
Wet lofTelijken ijver spoort men veelzins de oorzaken
van de armoede na. Eene der oorzaken, waaraan men
nog het minst gedacht heeft, komt mij voor deze te zijn,
dat vele kinderen in den minderen stand, vooral in de
groote steden, ten gevolge van verkeerde voeding en on-
doelmatige behandeling in de eerste jaren, levenslang voos
en zwakkelijk blijven, en noch naar het ligchaam, noch
naar den geest genoegzame kracht erlangen, om op den
duur, door eigen inspanning, het gebrek van zich af te
houden. Wèl zeggen verlichte menschenvrienden: Laat
ons den handwerksman onderrigten om beter zijne voe-
dingsmiddelen te kiezen en hem in het verkrijgen van
passender spijzen behulpzaam te wezen, zoo zal hij beter
tegen arbeid bestand zijn en niet zoo ligt tot de armen-
kassen vervallen. Ik zou er w illen bijvoegen: Laat ons
bovenal zorgen, dat de jonge kinderen van den hand-
werksman heter voedsel erlangen en dat hun ligchaam
verstandiger verzorgd en behandeld worde; zoo zullen
w ij een geslacht zien ontstaan, dat ligchamelijk sterker
zijnde en eene vastere gezondiieid genietende, te beter
in staat zal wezen door zich zelf in al zijne behoeften
te voorzien."