Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 87 —
nu zeven maanden oud was, op den rug nederleide en
hem heen en weêr het rollen, waarhij hij armpjes en
beentjes driftig en met blijkbare zelfvoldoening bewoog,
vonden de meeste moeders deze handelwijs o«moederlijk:
het kind zou te veel schreijen, het zou kou vatten, zich
het hoofd stooten, enz., enz.; en, ofschoon zij zagen, dat het
kind van klara voorspoediger was dan hare eigene kinderen,
schreven de meeste dit veeleer aan toevallige oorzaken toe,
dan aan de betere Avijze van behandeling.
Echt zindelijk, gelijk klara was, en de overheerlijke
uitwerkselen eener stipt zindelijke verzorging bij haar
jongsken dagelijks opmerkende, moest zij met leedwezen
zien, dat er moeders zijn, die nalatig blijven in het
behoorlijk wasschen van de ligchamen harer kleinen, en
dat menigmaal de kleertjes, en vooral hel beddegoed, veel
minder rein gehouden werden, dan men van Hollandsche
vrouwen verwachten zou. Het hoofdje van den zuigeling
le wasschen, is iets, dat bij de geringere volksklasse bijna
nooit gebeurt; want men houdt liet daar — geheel en al
ten onregte — voor gevaarlijk, de korsten, die zich tus-
schen het hoofdhaar vormen, en die men met den naam
van berg bestempelt, weg te nemen. Men meent. . . .
ach, hoe onverstandig! dat die korsten nuttig zijn om het
hoofdje warm te houden en het kind te beveiligen tegen
kou op de hersentjes! ! "Maar begrijpt ge dan niet," zeide
klara, "dat het hoofd van een kind noodwendig zijne uit-
waseming hebben moet, en dat die uitwaseming verhin-
derd en onmogelijk gemaakt wordt, zoo lang die vuile
korsten zich tusschen de haren ophoopen? En zie toch
eens, als die korsten eindelijk van zelf beginnen los te
laten, hoe de huid daaronder al rood en ontstoken is:
op die wijs ontstaat walgelijk uitslag en hoofdzeer. Gij
ziet, dat mijn jongen er niet minder gezond uitziet dan
de uwe. Ik verzeker u toch, dal er geen dag omgaat,
zonder dat zijn kopje fiksch gewasschen wordt, en dat
ik nooit iets het minste van hetgeen men herg noemt
op zijn hoofd heb gelaten. Eilieve! vraag aan welk kun-
dig Doctor gij wilt, of er eenig gevaar ter wereld in
steekt de hoofden van de zuigelingen le wasschen en de