Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— se-
in één huisgezin vond klara het lurkje niet in gebruik,
cn toen zij de ouders deswege prees, antwooi-dde de man,
die bij baas melberts als knecht werkte: "Ja, Jufvrouw!
daar heb ik voor gezorgd; als ik zag, dat ons kind een
dot in den mond had----flap! ging het ding er uit en
tegen de zoldering; soms bleef het daaraan hangen als
een staartster, tot groot vermaak voor mij en tot groote
ergernis voor mijne vrouw; er viel tusschen ons menig
hard woord; ik hield vol, omdat ik zoo'n ingekankei-den
ckel had aan die leelijke dingen. De zoldering begon
al mooi op den sterrenhemel te gelijken, toen de dotten
eindelijk wegbleven." Klara gaf den man glimlagchend
te kennen, dat hij in den grond van de zaak gelijk had,
maar dat hij toch beter gedaan zou hebben, zijne vrouw
van de schadelijkheid der dotten te overtuigen, dan zoo
ruw te werk te gaan.
Meermalen had klaka den Doctor hooren zeggen, dat
alle ligchaamsdeelen, om kracht te kunnen krijgen, ge-
legenheid moeten hebben, om — elk naar zijn' aard en
inrigting — werkzaam te zijn en zich te oefenen; dat
daarentegen alle ligchaamsdeelen, die werkeloos gehouden
worden, en de gelegenheid missen, om zich in te span-
nen, krachteloos blijven, en dat dit het groote beginsel
is, dat de geheele ligchaamsopvoedkunde, om zoo te spre-
ken, beheerscht. Maar klara bespeurde duidelijk, dat de
kennis van deze gewigtige waarheid noch bij de lagere
klasse, noch bij den burgerstand, noch zelfs bij de aan-
zienlijken , met wie zij van tijd tot lijd in aanraking kwam,
was doorgedrongen. Zoo hoorde zij, bij voorbeeld, overal
dezelfde klagten, dat de kleinen zoo lang zwak op de bee-
ncn bleven; maar niemand scheen te begrijpen, ofte wil-
len begrijpen, dat de oorzaak van die zwakte niet zoo zeer
in de beenen zelve gelegen was, als wel daarin, dat men
de beenen, door stijve en knellende kleeding, buiten de
mogelijkheid stelde om zich te oefenen, en zoo doende
kracht te krijgen; terwijl men evenzeer, door het kind ge-
stadig op den arm te dragen, in plaats van het dikwijls
vrij op den grond neèr te leggen, de aanwinst van kracht
in de beenen tegenwerkte. Als klara haren albert, die
L