Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 82 —
liefkoost en genoegen aandoet, nadat het geschreid heefi.
Nu begint het zijn schreijen te gebruiken als middel,
om te verkrijgen | wat het begeert. Zoo de moeder zich
haast, om op zijn geschrei angstvallig toe te snellen, leert
het de kracht van dat middel kennen, het schreijen wordt
dwingen, de natuurlijke orde wordt omgekeerd, de moe-
der leert gehoorzamen, het kind leert gebieden. Bijal-
dien beiden op dien verkeerden weg voortgaan, wordt
liet karakter van het kind langzamerhand geheel en al
bedorven. Men ga daarom de allereerste beginselen van
het kwaad tegen, of — beter nog — men voorkome het
ontstaan van het kwaad. Men voldoe aan de wezenlijke
behoefte van den zuigeling, voordat hij met hartstogte-
lijk geschrei de bevrediging daarvan eischt. Begeert hij
iets onredelijks of schadelijks, zoo w eigere de moeder met
bedaardheid, zonder, in plaats van het geweigerde, eenig
ander genot aan te bieden. Wordt het schreijen daarop
dwingend, dan late zij den kleine op zijn bedje of op
den grond schijnbaar aan zich zeiven over, maar houde hem
in het oog; zoete, troostende woordjes komen, zoo lang
liij dwingt, niet te pas, gramstorige bedreigingen ook
niet. Een enkel ernstig woord, met klem en zonder
gramschap uitgesproken, kan van nut zijn, b. v. stilte!
of zwijg! Het teêre wicht te slaan, zou onmenschelijk
wezen; hij, die den stelregel uitgevonden heeft, dat het
kind, zoo lang het onze woorden nog niet hegrijpen li&n,
en, gelijk men zegt, nog niet voor rede vatbaar is, on-
zen wil ten minste voelen moet, droeg voorwaar geen
otiderhart in den boezem."