Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— Sl-
op le lellen, hoe hartstoglelijk zij zich verzeilen tegen
alles, wat hun niet bevalt, hoe onstuimig zij, b. v. bij
het wasschen en het aankleeden, dit le keer gaan. Hunne
drift kan soms zoo hevig worden, dat zij geheel buiten
adem geraken en van louter boosheid dreigen te stikken.
Hier moet de moeder alweder zachtheid en geduld met
zelfbeheersching en vastheid van wil verbinden. Men
vermijde al wat onnoodigerwijze de drift van het kind
kan gaande maken; maar verweert het zich tegen het
noodzakelijke, b. v. tegen het wasschen, dan zou uit-
stellen en toegeven verderfelijke gevolgen hebben. Als-
dan ga de moeder even bedaard haar' gang, alsof
het kind geen' weerstand bood. Ongerustheid laten blij-
ken, zou olie in het vuur zijn, streelen en liefkozen,
zou zwakheid wezen, drift tegenover drift stellen, zou
zijn hel voorbeeld geven van een kwaad, dat men be-
strijden wil. Als de moeder dus het noodzakelijke, waar-
tegen de zuigeling zich verweerde, volbragt heeft, legge
zij hem , bijaldien de drift nog niet bedaart, op den grond
of op zijn bedje néder, opdat hij van zelf tot bedaren
kome. Als hij bij herhaling bemerkt, dat hartstoglelijk
verzet' hem toch niets helpt, zal hij zich van lieverlede
iji het onvermijdelijke leeren schikken.
"Ieder wil in de wereld gaarne zijn' zin hebben, en
zelfs de zuigeling maakt oj) dien algemeenen regel geene
uitzondering. Hel middel, dat hij gebruikt, om zijn' zin
te krijgen, is aanhoudend en onstuimig schreijen, of,
zoo als men het gewoonlijk noemt, dwingen. De moeder
kan zich niet te vroegtijdig wapenen tegen dit kwaad,
dat, inwortelende, in eigenzinnigheid en heerschzucht ont-
aardt, en het liefste kind in een onverdragelijk schepsel
kan veranderen. Die ongelukkige hebbelijkheid sluipt
nagenoeg op de volgende wijs binnen. Het pasgeboren
kind schreit, zoo dikwijls hel eenige behoefte gevoelt of
pijn lijdt; maar in den beginne schreit het werktuigelijk,
en zonder nog te begrijpen, dat het, wanneer het schreit,
hulp zal erlangen; hel ondervindt echter telkens, dal
op zijn geschrei bevrediging van behoefte of begeerte
volgt; het begint te ontwaren, dat men hel opneemt,
G