Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
79 —
looze mensclien opgroeit, zal zijn liart zoo koud Llijven,
als de wezens zijn, die het omringen. Wie zal nu het
Lest de kiem der liefde in het kinderlijk gemoed doen
ontluiken ? Wie Leter dan de moeders, die, zoo zij den
moedernaam inderdaad verdienen, geheel liefde zijn? Zorg
dus in de eerste plaats , dat de zuigeling u liefkrijge, en
hij zal u liefkrijgen, zoo gij zelve goed en lief voor hem zijt.
"De zuigeling krijgt lief, wie zijne zintuigen aangenaam
Lezig houdt, maar bovenal krijgt hij lief, wie hem lief-
heeft.
"Yan onwaardeerbaren invloed op de vorming van zijne
inborst zijn de zoete woordjes, welke de moeder, uit de
volheid van haar hart, haren zuigeling toespreekt.
"Niemand zegge toch, dat de zuigeling moeders woor-
den nog niet verstaat; hij verstaat den toon, hij verstaat
de bedoeling, hij verstaat dat men hem liefheeft, en dat,
dat moet hij hoe eer hoe beter leeren A'erstaan, zal hij
een goed mensch worden!
"Wanneer beminnende ouders met hunne jonge kinde-
ren spreken, ligt er in den toon hunner stem, in de
uitdrukking van hun gelaat, in hun geheele wezen iets
eigenaardigs, dat andere mensclien zoo niet hebben, iet.s,
dat zelfs voor een' zuigeling verstaanbaar is, hem met
kracht aangrijpt en zijn gevoel doet ontwaken.
"Laat waanwijsheid vrij de schouders ophalen over uwe
levendige gesprekken met uwen zuigeling. Als gij zegt,
wat uw moederhart u ingeeft, werkt gij weldadig vor-
mend op zijn gemoed, al begrijpt hij nog niet ieder uwer
woorden afzonderlijk. De naklank van uw thans half
begrepen gekeuvel, zal als verwijderde muzijk levenslang
voorttrillen in de ziel van uw kind! Vriendinnen! ver-
staat mij wèl, 't is niet, dat ik u vermaan uwe kinderen
lief te hebben, ik zou uw moederhart beleedigen, zoo ik
dat deed: ik wil u alleen klaar doen inzien, hoe onbe-
schrijfelijk weldadig uwe liefde werkt op de vorming van
uw kroost!
"Verwaclit intusschen niet, dat de ontwikkeling uwer
kinderen u onvermengde vreugd zal baren. Hoe bemin-
nelijk het jeugdige wezen ook zij , hoo voorspoedig het