Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 75 —
het mij, dat gij zoo deukt; zijne o^ivoeding zal er te
heter om zijn." Nu wendde valkenhuize zich weêr tot
de vx'ouwen, en zeide: "Het schijnt, dat de werkzaam-
heid der ziel in de eerste levensdagen nog zeer beperkt
is. Als het pasgeboren kind pijn lijdt, schreit het wel
is waar, maar het weet zich zelf nog geene rekenschap
le geven van zijn' toestand; liet zuigt uit instinct, zonder
le weten, dat het, zuigende, verzadigd zal worden; zijne
oogjes worden aangetrokken door het licht, maar onder-
scheiden eigenlijk nog niets; zijne ooren vangen geluiden
op, maar hooren nog niet met onderscheiding; zelfs zijne
moeder kent het nog niet; kortom, het begrijpt of weet
nog niets, in zijn binnenste is het nog duister.
"Als wij nu dalzelfde kind, na verloop van acht of tien
maanden, op nieuws beschouwen, bemerken wij, dat de
doffe onverschilligheid van die eerste dagen geheel ver-
dwenen is; dat het nu een levendig belang stelt in al
wat het rondom zich ziet; dat het niet alleen zijne moe-
der, maar ook reeds eenige andere personen kent; ja,
dat het reeds den naam van eenige dingen weet, en dat
de ziel, als 't ware, uit een' diepen slaap van lieverlede
ontwaakt, 't Is alzoo onbetwistbaar, dat de inwendige ont-
wikkeling in die weinige maanden reeds vordei'ingen ge-
maakt en dat de zuigeling reeds veel geleerd heeft.
"Hoe is dat leeren in zijn werk gegaan?
"De ziel is gewekt geworden, doordien de zintuigen in
werking zijn gekomen, en zich dagelijks geoefend hebben,
of, om duidelijker te spreken: De zuigeling heeft leeren
zien, hooren, tasten, proeven, en, ay zag, iioouDE,
tastte, ontving zijne ziel indrukken en kwam door die
indrukken -van lieverlede tot bewustheid.
"Zinnelijke waarneming is alzoo de weg tot verstands-
ontwikkeling. De Voorzienigheid heeft den zuigeling de
zucht ingeschapen om zijne zintuigen gestadig te gebrui-
ken en te oefenen. Zoo lang hij wakker is, wil hij zien,
wil hij hooren, wil liij allerlei dingen betasten; 't is be-
hoefte voor hem, zinnelijk waar te nemen; als men hem
aan bezigheid der zinnen gebrek liet lijden , zou hij ver-
kwijnen, alsof bet hem aan voedsel ontbrak. Hieruit