Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
~ 73 —
"moet ik u op Uel liart drukken, dat gij steeds het oog
"houdt op zijne behoefte aan vrijheid, en ik raad u tot
"dat einde aan, eene groote wollen deken of gestikte matras
"op den grond te leggen, en het kind in uwe kamer daar-
"op te laten spelen. Menigmaal bereikt dan een vriende-
"lijk woord uit inv' mond het oor van den lieveling, en
"in de oogenblikken, die w ij aan de gew one huisselijke
"bezigheden kunnen onttrekken, zetten wij ons met een
"hemelsch gevoel naast ons kindje neder, zetten zijn' lol
"op, laten de ledepop voor hem dansen, enz. Wordt
"het kind wat te vroeg naar onzen zin ongeduldig, dan
"heflen wij, al zijn wij ook aan onzen arbeid, een helder
"liedje aan, en vaak houden dan onze toonen den geest
"van het kind aangenaam bezig, en stillen zijn ongeduld;
"in allen gevalle echter vinden wij door dezen toestand des
"kinds menigvuldige gelegenheid om de ontwikkeling van
"de beweging zijner ledematen op eene gemakkelijke wijze
"te bevorderen, en het kind is soms een' geruimen tijd
"ijverig bezig met een van hem verwijderd stuk speelgoed
"te halen; het leert daardoor kruipen, en is, zoo naar
"het ligchaam als naar den geest, in gezonder atmospheer,
"dan op den schoot of op den arm van eene dienst-
"maagd."
XII.
MOET ER REEDS IETS GEDAAN WORDEN VOOR
HET ZIELTJE VAN DEN ZUIGELING?
Valkemii'ize bleef met belangstelling kennis nemen van
de opstellen van den Doctor. Eens zeide hij tot klara, die
toevallig een paar vriendinnen bij zich had: "Ik ben het
met mijn' vriend westers volkomen eens, dat de eerste
ligchaamsopvoeding van veel grooter gewigt is dan de