Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 66 —
alleen het hoofd, maar het geheele ligchaampje van den
zuigeling moet dagelijks van top tol teen gewasschcn wor-
den. Intusschen is liet ganscli niet onrerscliillig, op welke
wijze men Lij dit wasselien te werk gaat. Als de zuige-
ling gezond is, moet men, nadat de vier eerste levens-
weken voorbij zijn, het waschwater langzamerhand een
weinig minder wami nemen. Niets is nadeeliger en meer
verzwakkend, dan het kind op den duur met warm wa-
ter te wasschen, want daardoor wordt de huid nog ge-
voeliger dan zij reeds is, en wordt de kleine al meer
en meer vatbaar voor verkoudheden. Neem derhalve het
waschwater van lieverlede koeler. Als gij dit voorschi-ift
opvolgt, zult gij groote vreugd beleven, want gij zult be-
merken, dat mv kind meer en meer al de kenteekenen
zal krijgen van eene bloeijende gezondheid; maar wasch
flau ook zoo als het behoort, dat is te zeggen: bevochtig
en wasch deel voor deel vlug en knaphandig; droog
deel voor deel, onder zacht wrijven, snel en volkomen af,
en bedek de afgedroogde deelen terstond. Op deze wijs
behoort het kind van het hoofd tot de voeten in zeer wei-
nige minuten gewasschen te worden. Al schreit het , al
streeft het tegen zoo lang het nog niet aan de wasschin-
gen gewend is, geen nood! zoo gij de gewasschene deelen
maar spoedig onder zacht wrijven afdroogt en bedekt, zal
uw lieA'eling, na het wasschen, naderhand des te tieriger
en vrolijker wezen. Koele wasschingen bij gezonde kinde-
ren, op de beschrevene manier verrigt, laten een' aller-
aangenaamsten indruk achter. Daarentegen maakt lang-
zaam wasschen met warm water, waarbij het ligchaam
langer aan de lucht blootgesteld blijft, naderhand grillig
en onbehagelijk. Zij, die in hunne kindsheid van lie-
\erlede aan koude wasschingen gewend zijn, woixlen na-
derhand de kloekste en stevigste menschen. Is het kind
zwakkelijk van aard of ongesteld, zoo neme men het wasch-
Avater een weinig warmer; maar is de ongesteldheid voor-
bij , dan keere men langzamerhand tot de koeler was-
schingen terug.
Dit dagelijks wasschen maakt evenwel het gebruik van
laauwe baden niet geheel overbodig, 't Blijft heilzaam, den