Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
- ca —
XI.
wat de moeders verder te doen
hebben, om 11\re zuigelingen door en door
gezond te doen worden.
vierde opstel va?i den doctor.
A'erneeml nu, moeders! wat er verder gedaan moet wor-
den, om uwe kleinen reeds in de eerste levensmaanden
regt welvarend en voordeelig te maken.
(3m zoomin mogelijk in herhalingen te vervallen, zal
ik in dit opstel alleen datgene met eenige uitvoerigheid
Lehandelen wat meer uitsluitend tot het eerste levens-
jaar — lot hel zuigelingslijdperk — Letrekking heeft. Zoo
doende zal ik mij de gelegenheid voorhehouden, om in
volgende opstellen, als ik over het reeds gespeende kind
spreken zal en dezelfde onderwerpen v\eèr ter sprake zou
inoeten brengen, Lij enkele van de Lelangrijkste punten
der ligchaamsopvoeding een weinig langer stil te staan.
In de eerste plaats, moeders! weest zindelijk op uwe
zuigelingen. Zindelijkheid is voor hel eerste jaar nog ruim
zoo noodzakelijk als voor de volgende. En weel ge w aar-
om? Vooreerst, omdat de zuigelingen zich zoo dikwijls
verontreinigen, en ten andere, omdat zij eene sterk uit-
wasemende , en daarbij uiterst fijne, uiterst gevoelige huid
hebben. De uitgewasemde stoffen hoopen zich bij jonge
kinderen zeer gemakkelijk op in de huidplooijen rondom
den hals, onder de armpjes, in de liesstreek en in de krin-
gen, die zij, wel doorvoed zijnde, veelal boven de knien
liebben, en zoo wordt dan, bij de groolere dunheid van
de opperhuid, ligtelijk aanleiding gegeven tot ontvellingen,
die voor bet kind altijd lastig, soms zeer pijnlijk en dik-