Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 03 -
"schreijen zijn' zin kan krijgen. Reeds in *t eerste halfjaar
"dient de moeder er voor te waken, dat haar kind niet
"dwingerig wordt; want waar die kwade gewoonte hinnen-
"sluipt, wordt zij met iederen dag moeijelijker te over-
"winnen, en wordt het kind zelf dagelijks onverdragelijker,
"totdat het op 't laatst tot last wordt voor zich zelf en
"anderen, en wat het ergst van alles is, het dwingerige
"kind is op weg om een wrevelig en heerschzuchtig mensch
"te worden. Ik ben toevallig eens ooggetuige geweest, dat
"een kind van nog geen jaar oud aan het dwingen ge-
braakt was; ik ried de moeder hetzelfde, wat de Doctor
"klara geraden heeft, namelijk haar kind te laten schrei-
"jen, zonder er iets aan te doen; zij volgde mijn' raad,
"ofschoon haar de tranen in de oogen stonden. En wat was
"er het gevolg van? De overmaat van schreijen ver-
"bood zich zelve; het kind werd zóó moê, dat het niet
"meer schreijen kon; het viel in slaap, werd tevreden
"'wakker, en scheen, hoe jong ook nog, begrepen te heb-
"ben, dat dwingen voortaan verloren moeite zou wezen
"en dat moeder toch de baas wou blijven. \ an nu af
"aan dwong het niet meer. Eens heeft het naderhand weer
"de proef genomen; maar de moeder hield zich als dc
"eerste reis en daarmede was de kwade hebbelijkheid voor
"goed overwonnen/' Zóó omtrent sprak valkknhuize ,
en ik vond in die woorden zooveel waars, dat ik er nog
dikwijls aan denk.
Hier kwam het dienstmeisje van lena aangeloopen, met
de boodschap, dat het kind wakker gew orden en w eer
vreesselijk aan 't sclueeuwen was. "Gij ziet hel," zeide le\a !
"ik heb geen oogenblikje rust; zou een mensch er zijn ge-
"duld niet bij verliezen? Maar ons gesprek heeft mij tot
"nadenken gebragt: ik zal zien, hoe ik andere wetten stel;
"zooveel ten minste is zeker, dat ik misa niet meer ieder'
"keer, als ze schreit, terstond de borst zal geven."