Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— G2 -
Lena. Gij moogt zeggen wal ge wilt, ik vind liet on-
barmhartig en onmoederlijk, een kind zoo vreesselijk te
laten schreijen, zonder er iets aan te doen.
K1.aiva. Dat kwam mij toen ook zoo voor, en daarom
liad ik don Doctor laten roepen.
Lena. En bedacht ge dan in 't geheel niet, dat het
kind zich een breuk had kunnen schreeuwen ?
Klara, Daar was ik ook bang voor geweest, niaar de
Doctor niet; die verzekerdcT te voren, dat albertje, die
een gezond en stevig kind is, zich veeleer moè en in slaap
zou schreijen, dan een breuk te krijgen, en de uitkomst
heeft getoond, dat de Doctor gelijk had.
Later kwam ik zoo over dien ochtend te spreken, toen
onze goede oude vriend valkenhuize tegenwoordig was;
ook hij gaf den Doctor gelijk: "Ik geloof," zeide hij, "dat
"de wijze, waarop de moeders zich gedragen, terwijl hare
"zuigelingen schreijen, van vrij wat grooter invloed is dan
"men over 't algemeen wel denkt; en ik hou mij overtuigd,
"dat al dikwijls in het eei'ste levensjaar, door verkeerde
"behandeling, terwijl het kind schreit, de grond gelegd
"wordt tot veel kwaads voor 't vervolg, namelijk tot
"kwade aanwendsels, waaruit later een lastig humeur met
"al den treurigen aanhang van dien voortspruit. Dat eene
"moeder deelnemend en liefderijk is, als haar kind schreit,
"niets is natuurlijker en prijzenswaardiger; daarvoor is zij
"moeder; maar de moeders moeten daarom toch niet tot
"weekhartigheid vervallen, en vooral zich wachten, om,
"al baart het schreijen haar bezorgdheid, toch geene vrees
"of bekommering te laten blijken. Ik heb mijne vrouw,
"toen onze kinderen nog klein w aren, altijd aangeraden
"ze nooit te liefkozen en veel minder nog te beklagen,
"zoo lang zij schreiden. Want liefkoost gij uw sclireijend
"kind, zoo nioogt gij verzekerd wezen, dat het in 't ver-
"volg nog veel eerder schreijen zal, omdat liet gaarne ge-
"liefkoosd wordt. Beklaagt gij den schreijende, dan komt
"iiij al spoedig in de verbeelding, dat hij wezenlijk be-
"klagenswaardig is; moedig en levenslustig moeten de kin-
"deren worden, niet flaauwhartig, noch kleinzeerig. Bovenal
"mag het kind nooit in den waan komen, dat het door