Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 61 —
hinder van, als het zijne luijers verontreinigd heeft, en dat
lastig gevoel is voldoende om het te doen schreijen. En-
kele malen heeft de doordringende toon van zijn geschrei
mij doen denken, dat hij hier of daar pijn had, en ge-
lukt het mij den aard en de oorzaak van die pijn uit te
vinden, dan gelukt het mij somtijds ook, hem verligting
toe te brengen.
Lena. En wat doet ge, als gij de oorzaak van het schrei-
jen niet kunt ontdekken?
Klara. Dan..... dan laat ik hem schreijen.....ofschoon
liet mij moeite kost.
Lena. Och kom! gij hebt immers veel te veel hart
\oor uw kind, om het maar te laten schreeuwen, als gij
liet misschien stillen kunt.
Ki.aua. Neen in ernst, ik heb het eenmaal gedaan, 't
is nu een week of vier geleden. Op een' ochtend begon
de jongen te schreeuwen, zoo als ik het nog nooit gehoord
had. Van honger was het niet; hij was pas verzadigd;
ik maakte zijne kleertjes los, om te zien, of hem ook iets
knelde, of dat misschien één van de weinige spelden, die
hij aan 't lijf heeft, hem stak; neen, hij schreeuwde al
erger en erger. Ik wreef hem met de warme hand over
zijn maagje, want ik had weieens gemerkt, dal hem w in-
den plaagden, die niet los wilden komen; pijn in het lijf
scheen hij ook niet te hebben, want dan trappelt hij met
zijn voetjes, en ik kon zijn buikje belasten en drukken, zonder
dat hij eenig meerder teeken van pijn gaf; ik kleedde
liem weer losjes aan; ik ging met hem voor 'i venster,
neuriede en zong uit den treuren, alles vergeefs; ik begon
waailijk ongerust te worden. Ik had den Doctor juist
zien ingaan bij de laanwuks hierover, en liet vragen, of
liij eens even komen wou; hij onderzocht het kind naauw-
keurig, en verzekerde mij, dat hij niet ontdekken kon ,
dat de jongen ziek was, en zei, dat hij er niets anders
op wist, dan hem te laten schreeuwen, totdat hij van zeil
zou bedaren. Ik kon het bijna niet meer aanhooren, en
toch, ik moest wel..... eindelijk begon hij moè te wor-
den , zijn schreijen veranderde in snikken, hij viel in slaap,
en toen hij wakker werd, was hij best in zijn humeur.