Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— hl —
menschen kunnen opgroeijen. Maar, zegt gij welhgt, als
ik toch niet zogen kan, hen ik wel genoodzaakt mijn kind
met pap te voeden! "jNeen, dat zijt ge niet, moeder!
"Eerst moet ge in zulk een geval, als uwe middelen het
"maar eenigzins gedoogen, omzien naar eene andere vrouw ,
"die uw kind de horst kan geven. ^ alt de uitgaaf daarvoor u
"Ie zw aar, of is er geene gezonde cn geschikte min te vinden,
"neem dan uwe toevlugt tot melk van dieren, maar nooit
"en in geen geval tot enkel pap. Ezelinnemelk komt in
"bestanddeelen het meest met v rouwemelk overeen en ver-
"dient daarom de voorkeur, maar ze is kostbaar en misschien
"zouden de onkosten u te groot zijn. Weet dan, dat gij
"ook met goede koemelk waarschijnlijk uw doel bereiken
"kunt: neem de melk altijd van dezelfde koe, en zoo mo-
"gelijk liever van eene, die op de weide is, dan van een
"op stal gevoederd dier. Kook de melk niet, maar voeg
"er gewarmd, zuiver water en zooveel broodsuiker bij,
"dat de smaak aangenaam zoet worde; zorg vooral, dat
"het mengsel alleen laauw zij; te heet zijnde, zou het
"allernadeeligst werken.
"Geef gedurende de eerste maand één deel koemelk oji
"twee deelen water.
"In de tweede maand moogt gij de verhouding van de
"melk reeds een weinigje vermeerderen. In de derde maand
"nog een weinig, zoodat de kleine, gedurende de vierde
"maand, gelijke deelen koemelk en water ontvangt.
"Geef na de zesde maand reeds een weinig meer koe-
"melk dan water.
"Van dit mengsel, aldus naar de levensmaanden bere-
"kcnd, geeft gij alle twee uren vijf, zes, tot zeven eetle-
"pels; maar geef het mengsel, door middel van een lleschjc,
"waaruit de kleine het, even als uit de moederlijke borst,
"zuigen moet, en houd dit fleschje in dier voege in uwe
"iiand, dat het kind, terv\ijl het zuigt, niet al te veel luciil
"mede binnen krijge. Maak vooral telkenreize het mengsel
"versch gereed, en wees op het fleschje, alsmede op de
"kan, waarin de melk bewaard wordt, ten uiterste zinde-
"lijk. Want ligt zou een overschot van een vorig meng-
"sel of van vorige melk de bijgegoten melk zuur, cn bij