Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 55 —
lïieer bevatten. Nog heelt men op sommige plaatsen hier
te lande de rampzalige gewoonte, broodpap of brij te ge-
ven, die zóó dik is, dat de lepel er in staan blijft. Zulk
een kost is voor het teêre maagje van den zuigeling gelieel
onverteerbaar, en verwekt zuur, braking en allerlei ellende.
Het broodafkooksel, dat aan zuigelingen, ingeval van gebrek
aan zog, ter aanvulling mag gegeven worden, moet maar
Aveinig lijviger zijn dan goede koemelk, en moet, door toe-
voeging van Avitte suiker, smakelijk gemaakt Avorden. —
Ook kan men met een' paplepel bloem van sago of arrow-
root, eerst met een weinigje koud Avater aangemengd, en
vervolgens met kokend Avater overgoten en met suiker ver-
zoet, een schoteltje ligt verteerbare den zuigeling Avel be-
komende spijs gereedmaken. Is liet kind reeds vijf of zes
maanden oud, zoo zal hel den dojer van een versch ei,
met Avater geklutst en met suiker bedeeld, meestal goed
verdragen. Wat men den zuigeling in de laatste helft van
het eerste jaar nevens de borst geven moet, zal in een vol-
gend opstel gezegd worden, maar in 't eerste halfjaar is,
behalve de A^ermelde ligt verteerbare Aoedsels, alle andere
bij- of tussehenspijs ten strengste verboden, en — heeft
de moeder toereikend zog, dan mag gedurende de eerste
maanden niets anders gegeven worden dan alleen de borst.
Het zoogenoemde mede uit den pot eten, dat inzonderlieid
bij de lagere klassen zeer in zAvang is, en Avaarop on-
verstandige moeders roem dragen, sleept ontelbare jonge
kinderen in 't graf.
Hoe de moeder handelen moet, Avanneer zij óf geheel
geen zog heeft óf om ziekelijke ligchaamsgesteldheid niet
zogen mag, is eene vraag van het allerhoogste belang. Zoo
men door ons geheele land de kinderen tellen kon, die
de moederborst moeten missen en door ongeschikt voed-
sel aan het kAvijnen geraakt en gestorven zijn, men zou
beven bij 't vernemen van het ontzaggelijk groot aantal.
Wanneer de burgervrouAV geen zog heeft, neemt zij meestal,
zonder verder nadenken, volgens den ouden slender, hare
loevlugt tot den pappot; bijna altijd krijgt het kind dan
al spoedig een ziekelijk aanzien; intusschen blijft de moe-
der er het beste van hopen; zij was er toch op voorbereid.