Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 16 —
houden, des nachts pap laat voeren, is deze handelwijs
toch niet te billijken: pap mag alleen dan gegeven vvor-
den als de moedermelk ontbreekt.
De zog-afscheiding rigt zich over 't algemeen, wat hoe-
danigheid en hoeveelheid betreft, naar den gezondheids-
toestand en het ligchaamsgestel der vrouw, maar hangt
soms ook van omstandigheden af, waarvan men tot dus-
ver geene rekenschap kan geven, 't Gebeurt wel, dat
moeders, op 't oog niet bijzonder sterk, zeer goede voed-
sters zijn, terwijl andere vrouwen, schijnbaar in meer
bloeijende gezondheid, minder overvloedig voorzien zijn, of
na weinige maanden niets meer leveren. Men moet hier
echter niet uit afleiden, dat de moeders zelve er niets toe
bijdragen kunnen om gezond en overvloedig zog te heb-
ben. Er zijn wel degelijk omstandigheden, die op de hoe-
veelheid en hoedanigheid van het zog een' gunstigen of
ongunstigen invloed kunnen oefenen, en iedei-e moeder
diende, door Geneeskundigen voorgelicht, die omstan-
digheden te kennen, om ei-, ten nutte van den zuigeling,
partij van te trekken.
In de eerste plaats moet de zogende alle hevige harts-
togten, van welken aard ook, zooveel mogelijk vermijden.
Van oudsher heeft men opgemerkt, dat vrouwen van eene
kalme en gelijkmatige gemoedsgesteldheid gezonder en bloei-
jender zuigelingen hebben, dan vrouwen, die hartstogte-
lijk van aard zijn, en wat meer is, men heeft voorbeel-
den, dat het zog terstond, nadat de moeder hevig ont-
roerd geweest is, in een doodelijk vergif voor den zuige-
ling kan veranderen. Zoo leest men, dat eene soldaten-
vrouw, die haar' man in een' twist had bijgestaan, zich
terstond daarop neêrzette, om haar kind, een toonbeeld
van gezondheid, de borst te reiken, waarvan het onge-
lukkig gevolg was, dat het arme wicht door geweldige
stuipen werd aangetast en binnen weinige uren den geest
gaf. Op deze en dergelijke waarnemingen gronden de
Geneeskundigen het voorschrift, dat iedere zogende, die
zich door schrik, toorn, plotselinge droefheid, of welken
hartstogt ook, hevig geschokt gevoelt, zich de borsten, door
middel van een zuigglas, moet doen ontledigen: na geringer